Files, de eerste stap richting het oude normaal

Nog even volhouden. Een week nog, dan het eerste tapbiertje op een terras sinds mensenheugenis en hoeven we niet meer voor het donker thuis te zijn. Zin in.

Wat blijkbaar niet langer kon wachten en alvast weer terug is uit het oude normaal: files. Ik was ze bijna vergeten, maar sinds gisteren weet ik weer hoe je zonder moeite 3 uur kan doen over de rit Assen-Utrecht.

Om van de Drentse hoofdstad naar de Utrechtse te komen (duurt normaal gesproken zo’n 1,5 uur) rijd je eigenlijk gewoon de hele A28 af. Op zich een prima snelweg, daar hoor je mij verder niet over. Goed wegdek, prima tankstations, niks aan de hand. Daniël Lohues maakte er ooit een lied over. Zegt genoeg. “A28, A28”, gaat het refrein.

Maar dan gisteren, eind van de middag. Het begint zoals altijd met de matrixborden boven de weg. ‘70’ staat er eerst op, met van die knipperende witte lichten in de hoeken van het bord. 70 betekent eigenlijk 30, weet je als geregeld snelweggebruiker. Dan volgt het bord met 50, wat 0-5 kilometer per uur betekent.

Ik schiet meteen in de overlevingsmodus. Stap één: de juiste muziek, om het moment dat je keihard begint te vloeken zo lang mogelijk uit te stellen. De voorjaarszon staat laag en de warmte blijft boven het asfalt hangen. Bij gebrek aan airco zet ik een raam open. Op zo’n moment draai je Reckoner van Radiohead.

Stap twee is gewoon een beetje om je heen kijken. Links van me staat een busje van De Hoop Drukwerken. Dat is alvast gunstig. Achter me een zakenman in een Mercedes die gulzig een hap neemt van een frikandelbroodje. Hij morst saus op zijn witte blouse. Twee mannen in een bestelbus die wezenloos voor zich uit staren schuiven rechts voorbij, gevolgd door een vrouw met een grote zonnebril die net boven het stuur uitkomt, een man die druk gebarend aan het bellen is en een rondborstige jongedame met een strak topje aan.

We moeten ritsen. Het gaat tergend langzaam. Een man in een witte Toyota steekt zijn hand uit het raam om aan te geven dat hij voor me gaat invoegen.

Oh, mijn afslag is afgesloten. Volgende pakken dan maar.

Hectometerpaaltje 1,5.

Sigarettenpeuken en petflesjes in de berm.

Hectometerpaaltje 1,4.

Nog een keer ritsen.

Hectometerpaaltje 1,3.

De Hoop Drukwerken is al lang uit zicht.

Hectometerpaaltje 1,2.

Ik begin m’n geduld te verliezen. De muziek helpt niet echt meer. Zal ik gewoon de vluchtstrook pakken? Wat zou er dan eigenlijk gebeuren?

1,1.

Ik begin nerveus op m’n stuur te tikken.

1,0.

0,9.

0,9.

Ai, in het zicht van de haven dan toch het gevloek. Vanuit de auto links van me word ik verwijtend aangekeken. Oh ja, het raam stond nog open. Ik maak een verontschuldigend handgebaar. Maar het heeft wel opgelucht.

Ik hobbel door en helemaal aan het einde van de A28 sla ik rechtsaf. Navigatie niet nodig, ik weet de weg vanaf hier wel. Hier op de rotonde namelijk rechts… oh nee, verkeerd. Weer gevloek. Toch navigatie. Bij de eerste mogelijkheid omkeren.

Keren en ja, nu zit ik weer goed. Nog twintig minuten rijden. Morning Dew van Grateful Dead klinkt, ook een goede fileplaat. Ik zet het geluid harder en word weer wat rustiger. Dan bij een verkeerslicht, wie zie ik daar ineens schuin voor me staan? Jawel… De Hoop Drukwerken. Komt alles toch nog goed.


Mailtje krijgen bij een nieuwe post?

Mocht je mijn stukjes leuk vinden: ik kan je ook een mailtje sturen als ik iets nieuws heb geplaatst. Vul hieronder je naam en mailadres in, klik op de link in de bevestigingsmail en je krijgt in het vervolg een seintje.




Is uiteraard gratis en je kan je op elk moment weer uitschrijven.

Door Mark Voortman

Op mijn blog schrijf ik vooral over plekken en mensen in Utrecht. De bedoeling is dat zo langzaam een portret van de stad ontstaat tegen het einde van de coronacrisis. In het dagelijks leven ben ik freelance journalist, o.a. bij de NOS en NPO Radio 1.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *