De Albert Heijn maakt een uitgebluste indruk deze avond

Over een half uur gaat de eerste avondklok in, dus als ik nog naar de supermarkt wil moet ik dat nu doen. Ik loop via de Vleutenseweg naar de Albert Heijn aan het Moskeeplein. Op straat is het niet rustiger of drukker dan normaal. Bussen, auto’s, scooters, fietsers en wandelaars bewegen langs elkaar heen op weg naar hun bestemming. De Vleutenseweg is een straat waar de meeste mensen alleen komen omdat ze ergens anders moeten zijn.

De Albert Heijn maakt een uitgebluste indruk deze zaterdagavond, zo’n tien minuten voor de vervroegde sluitingstijd. Lege schappen, alsof er een plundering heeft plaatsgevonden. Twee meisjes van de servicebalie kletsen over rookpauzes terwijl ze plichtmatig prullenbakken afnemen met gele vaatdoekjes. Een jongen met puistjes vult zwijgend de sla bij, iets verderop wordt de kip afgeprijsd.

Het meisje van het brood heeft haar werkjasje al uitgedaan. Met een boos gezicht smijt ze overgebleven rozijnciabatta’s in een krat. Verspreid over de winkel staan bezems waar wat bij elkaar geveegd vuil voor ligt. In het bierschap is een zakje met frikandelbroodjes achtergelaten.

Er is nog slechts een handjevol klanten binnen. Een vrouw met zwarte Dr Martens, een knot en een beslagen bril zoekt zuchtend het juiste product op het scherm van de groente- en fruitweegschaal. Geen talent voor ondergeschiktheid, staat er op haar linnen tasje. Bij de olijfolie vraagt een man in gebrekkig Engels advies van een medewerker. De intercom roept dat de winkel over een paar minuten sluit, of we allemaal richting de kassa’s willen gaan.

Ik pak wat flesjes alcoholvrij speciaalbier. Dry January. Een lange, slungelige winkelmedewerker van een jaar of zestien komt naar me toe. ‘Meneer, het is al acht uur geweest.’ Ik kijk hem aan, maar begrijp niet meteen wat hij bedoelt. Ik kijk naar het flesje in mijn hand. Oh ja natuurlijk, na acht uur geen alcohol. ‘Maar dit is alcoholvrij’, zeg ik. De jongen kijkt nadenkend voor zich uit. ‘Oh, dan eh…’ Hij hijst z’n broek omhoog en loopt weg.

Bij de kassa word ik alsnog in de kraag gevat. Klopt, er zit geen alcohol in, maar het mag niet. Dat zijn nou eenmaal de regels. Ik besef dat ik zojuist betrapt ben op het illegaal kopen van alcoholvrij bier en schaam me een beetje. Met alleen een pakje kalkoenfilet verlaat ik de winkel.

Terug via de Kanaalstraat, waar het altijd leeft. Maar niet vanavond. Geen ondernemers die buiten voor hun winkels hangen, geen groepjes discussiërende mannen bij bankjes. Geen auto’s die midden op straat naast elkaar stoppen en zelfs geen auto’s die met piepende banden optrekken. Ja, één bestuurder probeert het, maar zijn Seat Arosa heeft niet genoeg kracht om indruk te maken. De Kanaalstraat verliest zijn charme zonder mensen. Het valt me op hoeveel zwerfvuil overal ligt.

Via de J.P. Coen weer terug naar naar de Vleutenseweg, waar het nu ook een stuk stiller is. Een bus rijdt leeg voorbij, verder geen auto’s. Wel nog wat fietsers. Een jong stel roept lachend dat ze het niet gaan halen en ze zetten nog een keer aan. Ook twee agenten op de fiets, rustig tempo, voor- en achterlicht netjes aan. Ze mogen gaan handhaven.

Door Mark Voortman

Op mijn blog schrijf ik vooral over plekken en mensen in Utrecht. De bedoeling is dat zo langzaam een portret van de stad ontstaat tegen het einde van de coronacrisis. In het dagelijks leven ben ik freelance journalist, o.a. bij de NOS en NPO Radio 1.